Wat is sensorische integratie
Om te weten wat sensorische integratie is maken we een klein stapje opzij en kijken we eerst naar de sensorische ontwikkeling.
Sensorische ontwikkeling
De letterlijke vertaling van het woord sensoriek komt van het Latijnse “senso” dat in het Nederlands “gevoeld” of “waarnemen” is. De mens beschikt over diverse zintuigen waarmee we kunnen waarnemen. Ayres (1981) noemt de zintuigen de voeding voor het zenuwstelsel en het brein van de mens. We beschikken over de volgende zintuigen:
- het tastzintuig
- het vestibulaire zintuig / evenwicht
- het proprioceptieve zintuig / spieren en gewrichten
- auditief / gehoor
- visus / gezichtsvermogen
- reuk
- smaak
Vanuit het standpunt van de antroposofische medische visie zijn er niet zeven, maar twaalf zintuigen te onderscheiden bij een mens. Deze zijn onderverdeeld in lichaamsgerichte-, omgevingsgerichte- en geestgerichte zintuigen (Van Dort, 2016).
De basis voor de ontwikkeling van de zintuigen ligt in de lichaamsgerichte zintuigen. Dit verklaart ook waarom een kind zich van binnen naar buiten ontwikkelt. Eerst het ik, dan de wereld. Is hierin een disbalans, zal het kind de problemen in de buitenwereld ook moeizamer kunnen oplossen of verwerken. In de theorie zullen we ons concentreren op de zeven eerder genoemde zintuigen.
Sensorische integratie
De mens doet waarnemingen en indrukken op middels de zintuigen. Deze zintuigelijke indrukken noemen we ook wel prikkels. Alle prikkels worden verwerkt via het brein, het zenuwstelsel en het ruggenmerg (Kranowitz, 2020).
Volgens Ayres (1981, p.5) is "sensory integration the organization of sensations for use". Sensorische integratie gaat dus over het opdoen van zintuiglijke indrukken en deze interpreteren, zodat we er op kunnen reageren en ervan kunnen leren. De prikkel die binnenkomt in de hersenen wordt uiteindelijk omgezet in een beweging. Deze beweging zorgt weer voor nieuwe prikkels en waarnemingen. Verloopt dit proces gesynchroniseerd spreken we van een goed ontwikkelde sensorische integratie. De sensorische integratie is dus een dynamisch, cyclisch en onophoudelijk proces (Kranowitz, 2020).
Volgens Kranowitz (2020, p.62) omvat sensorische integratie de volgende stappen: “ontvangen, waarnemen en integreren, modulatie, sensorische discriminatie, posturale reacties en praxie”.
Vooral als het kind zich veilig voelt kan deze de prikkels gebruiken om te leren, te genieten en te spelen (Vleugel-Ruissen, 2012). Een mens ontvangt wel miljoenen prikkels per dag. Door herhaling van steeds dezelfde prikkels, treedt er gewenning op. Dit stelt de mens in staat om bepaalde prikkels te negeren. Prikkelgevoelige mensen kunnen hier moeite mee hebben (Kranowitz, 2020).
Sensorische integratie is dus een complex neurologisch proces om alle prikkels van ons lichaam en de wereld om ons heen te integreren (Kranowitz (2020).
Hiermee maken we de stap naar het brein.
Sensorische integratie en het brein
De sensorische ontwikkeling en integratie begint al tijdens de zwangerschap. De foetus hoort en voelt de hartslag van de moeder en schommelt heen en weer in het warme vruchtwater.
Het derde tot ongeveer zevende jaar van het kind zijn kritische jaren voor de sensorische integratie, aangezien vanaf ongeveer zeven jaar het hogere denken begint op te komen. Het hogere denken ontwikkelt zich beter als de basis, de sensorische integratie goed ontwikkelt is. Het brein is rond de leeftijd van drie tot ongeveer zeven jaar het meest ontvankelijk voor de prikkels en in die jaren het beste in staat om die prikkels te organiseren (Ayres, 1981).
Het jonge kind moet leren “wat” en “waar” iets ervaren wordt. Van de Grift (2015) noemt dit het aanleggen van een somato-sensorische kaart in het brein. Dit komt overeen met de informatieverwerking van een waarneming volgens Kohnstamm (2002).
Verschillende hersendelen en hersenstructuren zijn betrokken bij het verwerken van de opgedane sensorische waarnemingen. Bovenop de twee hersenhelften liggen de sensorische- en motorische cortex (Kranowitz, 2020).
Het aanleggen van deze weggetjes in het brein kost tijd en wordt bereikt door ervaringen opdoen en rijping van de hersenen (Kohnstamm, 2002). Op het moment dat een waarneming van betekenis wordt voorzien hebben we het over de integratie van waarnemingen. Het koppelen van geur, geluid en visuele prikkels zorgt ervoor dat de betekenis van die ervaringen wordt versterkt. Dit zorgt er weer voor dat opgedane kennis makkelijker terug gehaald kan worden (Van de Grift, 2021).
Delfos (2015) benoemt dat kinderen gebeurtenissen beter onthouden als zij er zelf mee te maken hebben gehad.
Piaget ontwikkelde een model waarin hij de vier stadia van de cognitieve ontwikkeling omschrijft. Deze stadia volgen elkaar in een vaste volgorde op, maar kunnen in een variërend tempo doorlopen worden. De eerste stadia is die van de sensomotorische ontwikkeling en ligt ten grondslag aan het “denken” in de andere stadia (Delfos, 2015). In de diverse visies op spelontwikkeling is ook terug te zien dat de sensorische ontwikkeling aan de basis ligt voor het latere hogere denken. Meer hierover kunt u lezen op de pagina sensopathisch spel.
Samenvattend kunnen we dus zeggen dat het eigen handelen van het kind, de waarnemingen en de ervaringen die het kind zelf op doet, beter worden opgeslagen in het jonge brein. Het vormt ook de basis voor de verdere ontwikkeling van het kind.
De ontwikkeling van de sensorische integratie
Ayres ontwikkelde in de jaren '70 een model om de vier niveaus van de sensorische ontwikkeling aan te geven (Ayres, 1981).
Bij niveau 1 gaat het om de primaire sensorische systemen en start na de geboorte. Het gaat in dit niveau vooral om aanraking, het vestibulaire systeem, de proprioceptie en de visuele en auditieve zintuigen.
Bij niveau 2 gaat het om de sensomotorische ervaringen en zal rond de leeftijd van 1 jaar zijn. Het gaat hierbij om de proprioceptie, de bilaterale coördinatie (gebruiken van beide lichaamshelften), de lateralisatie (handvoorkeur) en de praxie (motorische planning).
Bij niveau 3 komen de perceptueel motorische vaardigheden naar voren. Het gaat dan om de gehoor discriminatie, de visuele discriminatie, de oog-handcoördinatie en zinvolle activiteiten. Dit zal ongeveer rond de leeftijd van 3 jaar zijn.
Bij niveau 4 is het kind schoolrijp en klaar voor de grote wereld. Hierbij gaat het om de leervaardigheden, complexe motorische vaardigheden, aandachtsregulatie, georganiseerd gedrag, visualisatie, zelfrespect en zelfbeheersing. Dit zal rond de leeftijd van 6 jaar zijn.
De niveaus volgen elkaar altijd in een vaste volgorde op. Het volgende niveau kan dus pas bereikt worden als het niveau waar het kind zich bevindt goed ontwikkelt is (Ayres, 1981).
Mocht er geen goed ontwikkelde sensorische integratie zijn, kan dat leiden tot ontwikkelings- en leerachterstanden. Dit brengt ons meteen bij het belang van een goed ontwikkelde sensorische integratie.