Sensomotorische stoornis
Eén van de drie stoornissen is de sensomotorische stoornis. Hieronder leest u wat deze precies inhoudt en wat we kunnen zien bij het kind.
Sensomotorische stoornis
Bij sprake van een sensomotorische stoornis worden de prikkels die komen vanuit het vestibulaire zintuig (evenwichtsgevoel) en het proprioceptieve zintuig (gevoel van spieren en gewrichten) niet goed verwerkt (Kranowitz, 2020).
Een kind met een sensomotorische stoornis zal dus moeite hebben om zijn evenwicht te bewaren en laat meestal een slechte houding zien. Het kind vindt het moeilijk om vanuit de prikkel de juiste beweging te maken.
Deze kinderen zien we onderuitgezakt zitten of tijdens de gymles overal tegenaan botsen.
Ook zien we dat het kind maar één hand gebruikt bij een motorische beweging. Het kind valt vaker dan andere kinderen of laat iets vaker uit zijn handen vallen (Adriaenssens, 2023).
Het kind kan onhandig overkomen, doordat het zijn lichaamsbewegingen niet goed kan coördineren (Kranowitz, 2020).
Bij een sensomotorische stoornis kan ook de bilaterale integratie verkeerd verlopen. Bilateraal houdt in dat het kind zijn lichaam tweezijdig kan gebruiken, maar ook de middenas van zijn lichaam kan doorkruisen.
Bij een goed ontwikkelde bilaterale integratie werken beide hersenhelften goed met elkaar samen. Een goede bilaterale coördinatie is belangrijk bij alle bewegingen die we maken (Adriaenssens, 2023). Voor het jonge kind bijvoorbeeld voor het (leren) fietsen of zijn jas aantrekken. Voor het tekenen is het van belang dat er een goede oog-handcoördinatie ontstaat.