De invloed van SI
Het brein verwerkt alle sensorische informatie die het kind binnenkrijgt. Op het moment dat het brein deze prikkels niet voldoende verwerkt of doorlaat spreken we van een sensorische integratiestoornis (Vleugel-Ruissen, 2012).
Kranowitz (2022) spreekt liever over sensorische integratie "verschillen" (differences) in plaats van integratie "stoornissen" (dysfunction). Het kan namelijk ook een talent zijn om bijvoorbeeld heel goed details te kunnen zien of te horen.
Op het moment van problemen in de sensorische integratie werken de zintuigen niet meer voldoende samen. Het kan ook gebeuren dat bij het registreren van een prikkel in de hersenen niet de juiste output wordt doorgegeven. We spreken dan van een discriminatieprobleem (Kranowitz, 2020).
Problemen met de sensorische integratie kunnen op diverse niveaus en ontwikkelingsgebieden plaatsvinden.
Het kind kan problemen ondervinden in de volgende gebieden:
- het tastzintuig
- het vestibulaire zintuig / evenwicht
- het proprioceptieve zintuig / spieren en gewrichten
- auditief / gehoor
- visus / gezichtsvermogen
- reuk en smaak
Kinderen met sensorische integratiestoornissen hebben moeite met functioneren in allerlei dagelijkse situaties. Het kind kan bijvoorbeeld gedragsproblemen vertonen door een te veel aan prikkels of veel moeite hebben op motorisch vlak en vaak struikelen. Problemen met de spraak- en taalontwikkeling komen voor (Ayres, 1981). Deze problemen kunnen weer leiden tot problemen in de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind (Kinnealey & Miller, 1993).
Een goed ontwikkelde sensorische integratie vormt dus de basis en er is een grote samenhang met de overige ontwikkelingsgebieden (Oenema-Mostert et al., 2018). Een niet goed ontwikkelde sensorische integratie kan dus gevolgen hebben voor de rest van het leven van het kind.
De invloed van een goed ontwikkelde sensorische integratie op alle ontwikkelingsgebieden van het kind is dus groot!
De context, de omgeving en de aanleiding waarin het kind zich bevindt speelt ook een grote rol (Kranowitz, 2020). Het kind kan bijvoorbeeld thuis ander gedrag laten zien dan op school. Ook kan het kind de ene dag wel tegen een bepaalde prikkel en de volgende dag niet. Zo kan het kind bijvoorbeeld thuis in de tuin heerlijk rustig met zand spelen, maar zijn er op school te veel prikkels om hem heen.
De verschillende soorten sensorische integratiestoornissen zijn grofweg onder te verdelen in drie gebieden (Kranowitz, 2020), te weten:
- Sensorische modulatiestoornis
- Sensorische discriminatiestoornis
- Sensomotorische stoornis
Wat welke stoornis inhoudt en wat u dan kunt zien bij een kind, kunt u lezen door op één van bovengenoemde stoornissen te klikken.
Belangrijk om te weten
Bij het lezen van de informatie over de drie stoornissen is het van belang om een aantal punten in het achterhoofd te houden.
- Elk kind is uniek en zo ook de kenmerken die het kind met een sensorische integratiestoornis kan laten zien.
- De categorieën kunnen elkaar overlappen. In enkele gevallen lijken ze op elkaar en kunnen ze in elkaar overvloeien.
- Een kind kan kenmerken vanuit sensorische integratiestoornis vertonen. Dit kan echter ook een andere stoornis zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een angststoornis.
- We hebben allemaal wel eens moeite met het verwerken van prikkels. Dit is meestal tijdelijk.
(Kranowitz, 2020)
Hulp
Mocht er een vermoeden zijn van een sensorische integratiestoornis zoek dan altijd gespecialiseerde hulp. Dit kan bijvoorbeeld bij een fysiotherapeut of een ergotherapeut.
Thuis en in de (school)praktijk kan er al veel via spel aangeboden worden om de sensorische integratie te bevorderen. Kijk hiervoor op de pagina over spel en materialen.
Wat u als ouder nog meer kunt doen leest u op de pagina Ouders & Professionals.